Walkade 73
3401 DR IJsselstein
telefoon 030 688 88 81
email meel@windotter.nl

Stichting ‘s-Heren Korenmolen
KvK: 30079947
Statutaire zetel te IJsselstein
Terug

U kunt "Vriend van de Windotter" worden door 5 Euro of meer over te maken op rekening nr. 16.92.00.094 van de Rabobank te IJsselstein, onder vermelding van "Vrienden van de Windotter".

Site ontworpen en gehost
door p.n.o. design.
De Windotter van 1732 tot 1812

De geschiedschrijving vermeldt dat van 1739 tot 1812 de molen achtereenvolgens door 6 molenaars is gepacht. De contracten worden telkens voor 1 jaar verlengd en vanaf 1752 telkens voor 3 jaar.

Overigens was de pachter niet altijd molenaar maar onderverhuurde hij de molen weer. Uit een ordonnantie van 1741 weten we dat de 'impost' (= soort maalloon) voor 1 mud IJsselsteinse maat tarwe '10 stuivers bedraagt'. Voorts werd o.a. de bepaling opgenomen dat 'wie het eerst komt, het eerst maalt'. Hieruit kunnen we afleiden dat het nog wel eens dringen was bij de molen. In dezelfde ordonnantie is aangegeven dat bij windstilte de molenaar een (verplicht) beroep kan doen op de capaciteit van de in de stad aanwezige rosmolens waarbij het maalloon wel moest worden verrekend met de eigenaar van de rosmolen. Hiermee werd de continuiteit van het maalbedrijf gewaarborgd.

Over de pachtsom weten we dat deze in 1745 '120 Caroly guldens' per maand bedraagt en in 1800 wordt een bedrag van 800 gulden per jaar genoemd. In het licht van de levensstandaard in die periode (de bouw van een 'burgerhuis' bedroeg in 1756 ongeveer 1250 gulden) kunnen we stellen dat in het molenbedrijf veel geld omging. Het belang van het molenbedrijf wordt in het handvestenboek uit de periode 1787-1793 onderschreven door de bepaling dat binnen honderd 'roeden' van de molen geen bouwwerk opgericht mag worden. Deze bepaling is heden ten dage nog steeds van groot belang gezien de discussies over hoogbouw en boomhoogte binnen de windvangrichtingen van de Windotter.